Vanmiddag zat er wéér een envelop van Campaign for Tibet in mijn brievenbus. Amper een maand geleden stuurden ze een brief met een hebbedingetje: vier papieren vlaggetjes aan een touwtje. Schandelijk prutswerk, maar het touwtje bleek zeer nuttig als flosdraad om me te ontdoen van een stukje salami dat al enige tijd klem zat tussen mijn tanden. Uit dankbaarheid heb ik toen een tientje gedoneerd waarbij ik verzuimd heb te vermelden dat niet de bevrijding van het Tibetaanse volk de reden was van mijn gift, maar die van een stukje salami.
Je hoopt met je gift verlost te zijn van dit passieve bergvolk, maar het tegendeel is waar. Dit keer geen bedelbrief met vlaggen maar een bedelbrief met een verjaardagskaart. De directeur van de stichting bedankt me hartelijk voor mijn bijdrage en deelt verheugd mee dat de Dalai Lama op 6 juli de gezegende leeftijd van 75 jaar bereikt. Of ik zo goed wil zijn om de verjaardagskaart te ondertekenen en op te sturen in de portvrije envelop die is bijgesloten. Dure verjaardagskaart, portvrije envelop; je voelt de bui al hangen. En ja hoor: “Ik hoop dat u naast uw felicitatie ook een gift wilt doen aan International Campaign for Tibet zodat wij kunnen blijven werken aan een betere toekomst voor Tibet.”
Dat is dus de pest van die goede doelen-organisaties: als ze eenmaal beet hebben, laten ze nooit meer los. En als je dan ook nog eens zo stom bent om te geven aan een volk in ballingschap, ben je helemaal de klos. Die hebben verder niks om handen, dus alle tijd om adressen te achterhalen, vlaggetjes knippen en plakken, verjaardagskaarten in elkaar knutselen en brieven schrijven over hun droeve lot. Om verlost te raken heb ik me bikkelhard opgesteld en alleen de verjaardagskaart verstuurd in de portvrije envelop. Terwijl ik hem dichtplakte viel mijn oog op een citaat van de Dalai Lama helemaal vooraan in de brief: “Hoop op het beste en bereid je voor op het slechtste”.
Theo van Duren









0 Reacties