Het is nog niet zo heel lang geleden dat er hier en daar door zeer fanatieke supporters een oranje das met ‘Hup Holland Hup’ voor het raam werd gehangen als ons nationale voetbalteam een EK of een WK aan het spelen was. Wanneer het precies begonnen is, weet ik niet, maar gaandeweg kleurden de straten steeds meer oranje. Het begon met de voortuintjes, daarna werden de straten overspannen en sinds het vorige EK worden ook de huizen volledig ingepakt. Ik ging er toen van uit dat de limiet wel zo’n beetje bereikt was.
Maar fietsend over de Zeelandsedreef zag ik tot mijn leedwezen dat het oranjevirus zich ook in het buitengebied sneller aan het verspreiden is dan de Q-koorts. En het einde is nog lang niet in zicht. Afgelopen zaterdag was ik op een begrafenis in Venray. Na afloop van de uitvaartmis werden we uitgenodigd om mee te gaan naar het crematorium in Blerick. Een uitnodiging die ik steevast afsla want crematoria zijn afschrikwekkende oorden waar ik zelfs niet dood gevonden wil worden. Het was stralend weer dus liepen we na afloop van de mis naar het plein om een kop koffie te drinken op een terras. Tot onze verrassing zagen we plotseling de uitvaartstoet de hoek om komen. Het plein is eigenlijk afgesloten voor verkeer maar het blijkt in Venray gebruik om als laatste afscheid dwars door het centrum van de stad te rijden. Wat ons meteen opviel was dat alle volgauto’s voorzien waren van oranje vlaggen, dassen en beessies. Net als je denkt: veel gekker kan het toch niet meer worden, komt de lijkwagen voorbij en geloof het of niet, maar uit de achterklep stak een oranje leeuwenstaart. Ik sluit niet uit dat in het crematorium vuvuzela’s zijn uitgereikt en dat de dierbare overledene met een oranje klomp op zijn hoofd onder luid getetter de oven is ingeschoven.
Waar komt die massale gekte toch vandaan? Schrijvers, filosofen, psychologen, historici en zelfs theologen hebben zich over dit vraagstuk gebogen. Ze graven allemaal erg diep in onze volksaard en onze psyche om tot een verklaring te komen. En overtuigen doen ze me niet. Laat ik als columnist dus ook maar een duit in het zakje doen. Volgens mij ligt de verklaring dichter aan de oppervlakte. Pas reed ik met een Italiaan door de Schoolstraat in Herpen en wijzend op al het oranje vroeg hij me wat wij in godsnaam gaan doen als we wereldkampioen worden. Waarop ik zei: ‘dat worden wij nooit. Daarom vieren we het nu’.
Theo van Duren









0 Reacties