Tot mijn grote verbazing liet na heel lange tijd de Club van Rome weer van zich horen. Dit bonte gezelschap van wichelroedelopers, auralezers en piskijkers voorspelde in 1972 dat zo ongeveer rond dit tijdstip de mensheid zo’n beetje over de rand van de afgrond aan het tuimelen was. Onze niet te bevredigen consumptiedrift, de explosief stijgende wereldbevolking met daaraan gekoppeld een steeds toenemende industrialisatie zouden binnen vijftig jaar zorgen voor uitputting van onze bodemschatten. Daarnaast zouden vervuiling van lucht en water de aarde tot een onleefbare planeet maken. Met hun rapport ‘De grenzen aan de groei’ voorspelden zij voor het eerst een Apocalyps die niet door God maar door de mens zelf zou worden veroorzaakt. Het was vijf voor twaalf. Als niet ogenblikkelijk rigoureus zou worden ingegrepen, was er geen houden meer aan. Het rapport sloeg wereldwijd in als een bom. Overal spraken regeringsleiders in het openbaar hun diepe zorgen uit, maar binnenskamers werd er gejuicht. En waarschijnlijk het hardst in Nederland. Want wij worden al eeuwenlang geregeerd door dominees en handelaren. Die zagen meteen de gouden kans dat dit klassieke schuld-en-boeteverhaal hen bood. Ook voor de linkse kerk kwam de boodschap als een geschenk uit de hemel. Want die zaten na de mislukkingen van socialisme en communisme nodig om een nieuw geloof verlegen. Vanaf dat moment gold het principe: wat er ook gebeurt te land, ter zee of in de lucht, geef de burgers de schuld. Want met schuld, krijg je de schatkist gevuld.
We zijn inmiddels een kleine veertig jaar verder en we kunnen vaststellen dat er van alle voorspellingen van de Club van Rome helemaal niets is uitgekomen. Mede door de opkomst van landen als India, Brazilië en China hebben we in de afgelopen veertig jaar veel meer grondstoffen verbruikt dan de Club voorspelde. We hoeven er echter nog steeds niet op uit om hout te sprokkelen voor het koken van ons avondmaal want de olie-, gas- en steenkoolvoorraden zijn bij lange na niet uitgeput. Bovendien zijn lucht en water schoner dan in 1972. Je zou verwachten dat de Clubleden zich de rest van hun leven alleen nog bezig houden met het spelen van domino of het aanleggen van een sigarenbandjesverzameling. Maar nee. Ze reizen pontificaal af naar Amsterdam om daar een conferentie te beleggen over het milieu. Wederom wordt de noodklok geluid. En of de duvel ermee speelt: het blijkt wéér vijf voor twaalf te zijn. Op een of andere manier is het nooit kwart voor tien of vijf voor halfvier bij die lui. En wederom gooien ze er een apocalyptische voorspelling tegenaan. Als de CO2-uitstoot niet drastisch wordt verminderd, loopt het binnen vijftig jaar catastrofaal af voor de mensheid. Volgens mij zijn ze de afgelopen tien jaar niet op de harde weg geweest. Toch vind ik het een hele geruststelling dat nu ook de Club van Rome met deze boodschap naar buiten komt. Nu weten we tenminste voor 100 procent zeker dat we ons de komende vijftig jaar geen zorgen hoeven te maken.
Theo van Duren









0 Reacties