Bij het maandblad dat ik krijg thuisgezonden, zat deze keer een dikke envelop. “Campaign for Tibet” stond er met grote letters op, en verder de tekst: “Tibetaanse gebedsvlaggen bijgevoegd.” In de envelop een brief van de directeur van de stichting, Tsering Jampa. Daarin deed zij uit de doeken hoe de Chinezen sinds hun inval in 1950 aan het huishouden zijn in haar land. Meer dan 6000 kloosters zijn vernield en tienduizenden monniken zijn vermoord of naar werkkampen gestuurd. Het is heel erg allemaal. En vooral onbegrijpelijk. Want wat moet je nou met Tibet? Het is overal ongelijk, het klimaat is bar en boos, er zit geen olie in de grond en het Tibetaanse volk houdt liever gebedsrollen aan de draai dan betonmolens.









